Wat zijn fondsen?

Kenmerken van een fonds

Een fonds of Instelling voor Collectieve Belegging (ICB) brengt geld samen dat ingebracht is door een aantal beleggers. Het belegt dat totale kapitaal over verschillende beleggingsproducten, zoals aandelen of obligaties.

Er zijn twee soorten fondsen: gemeenschappelijke beleggingsfondsen en beleggingsvennootschappen (onder meer BEVEKs). Zie hier voor het onderscheid.

Een fonds brengt geld dat is ingebracht door een aantal beleggers, samen én belegt dit totale kapitaal over verschillende beleggingsproducten, zoals aandelen of obligaties.

Het totaal van het kapitaal dat belegd is, wordt verdeeld in deelbewijzen of participaties. Als belegger kan je intekenen op deze participaties. Je koopt dus geen aandelen of obligaties van slechts één bedrijf, maar van een fonds dat investeringen in verschillende bedrijven of overheden samenbrengt.

Wat zijn stukken van een fonds?

Je koopt stukken van een fonds. Bij een beleggingsfonds spreken we over deelbewijzen, bij een beleggingsvennootschap hebben we het over aandelen.  

Het aantal stukken dat je krijgt wordt bepaald door de koers (of inventariswaarde) van het fonds. Deze koers fluctueert, gaat op en neer, met de waarde van de onderliggende investeringen van het fonds.

Stel dat je 1.000 euro stort in het fonds en de koers is 25 euro, dan ontvang je 40 deelbewijzen. Een andere situatie is dat je bijvoorbeeld elke maand 200 euro stort in het fonds. In april staat de koers op 25 euro, dan krijg je in april 8 participaties. In mei staat de koers op 40 euro, dan krijg je in mei 5 participaties.

Hoe werken fondsen?

Een fonds belegt het collectief aan geld ingelegd door de beleggers in verschillende financiële producten, het totaal aan activa. De waarde van die collectieve belegging of activa is gebaseerd op een onderliggende waarde -bijvoorbeeld een beursindex of een aandelenkorf- de waarde van de activa gaat hiermee op en neer.

De inhoud van de activa kan heel erg variëren. Een beleggingsfonds kan bijvoorbeeld investeren in vastgoed, valuta, aandelen of obligaties. Stijgt de onderliggende waarde van die activa, dan stijgt ook de waarde van de deelbewijzen waar je in belegd hebt. Daalt de onderliggende waarde, dan daalt uiteraard ook de waarde van je participaties.

Je deelt als belegger mee in het beleggingsresultaat van het fonds. Beleggen in een ICB houdt dus altijd een zeker risico in en zelfs mogelijk verlies van je ingelegde kapitaal.

Wat zijn de voordelen van een fonds ?

Een belangrijk voordeel van een fonds is dat je als belegger toegang krijgt tot een verscheidenheid aan producten op de financiële markt, zelfs met een relatief klein budget.

  • Een grote toegankelijkheid: je krijgt toegang tot markten die vaak alleen voor professionals of ‘grote spelers’ zijn bedoeld. Zelfs met een relatief klein bedrag kan je al beleggen.
  • Een grote diversificatie: een fonds geeft je de mogelijkheid om te beleggen in een korf met activa van veel verschillende landen en/of sectoren. Het risico dat normaal verbonden is aan een belegging in 1 specifiek product wordt hierdoor ook fel verminderd. Je portefeuille is veel minder onderhevig aan bijv. slechte  resultaten van 1 product.
  • Ervaring: elk fonds heeft een fondsbeheerder en een gespecialiseerd beheerdersteam die de bedrijven waarin het fonds belegt, grondig bestuderen, analyseren en constant opvolgen. Om in te spelen op gunstige of minder gunstige marktomstandigheden kan de beheerder de samenstelling van de fondsenportefeuille tussentijds aanpassen.
  • Je hebt zelf geen administratieve opvolging te doen.
  • Grote liquiditeit en transparantie: fondsen zijn heel liquide. De inventariswaarde (koers) wordt minstens 2x per maand en meestal zelfs dagelijks berekend. Je kan deelbewijzen kopen en verkopen tegen die inventariswaarde.
  • Alles is overzichtelijk: je fondsen worden bewaard op een effectenrekening.
  • Je kan kiezen voor fiscaal voordelige formules.
  • Als belegger word je blijvend op een professionele manier geïnformeerd. De informatie is zeer toegankelijk.

Wat zijn de nadelen van een fonds?

De kosten. Op stukken van fondsen moeten kosten worden betaald.

  • Instap- en uitstapkosten kunnen sterk variëren naargelang van de financiële instellingen die ze aanbieden en de aard van het beleggingsproduct
  • Beheerkosten
  • Taks op beursverrichtingen

De Europese richtlijn verplicht financiële instellingen om lopende kostenpercentages bekend te maken. Dat is een cijfer dat het kostenplaatje van elk fonds weergeeft. Aan de hand van deze kostenpercentages kunnen de kosten vlot vergeleken worden.

Met welke risico’s moet je rekening houden bij fondsen?

Fondsen zijn onderhevig aan de markt, wisselkoersen, valuta, inflatie,…

Het grootste risico van een fonds wordt bepaald door de schommelende waarde van de activa. Stijging of daling van de waarde van de activa zal de waarde van je belegging bepalen.

Een fonds is uiteraard ook blootgesteld aan andere risico’s, dit zijn de belangrijkste:

  • Het marktrisico: een financiële crisis of een economische recessie kan de waarde van je portefeuille fel doen dalen.
  • Het wisselkoersrisico: dit is er vooral als je belegt in vreemde valuta. Er kunnen zich serieuze waardenverschuivingen voordoen als gevolg van de wisselkoersen.
  • Het inflatierisico: je beleggingsfonds kan dalen in waarde door een stijgende inflatie
  • Het concentratierisico: als je in een fonds zit dat bijvoorbeeld uitsluitend in de technologiesector belegt, heb je meer risico dan wanneer je in een fonds belegt dat in verschillende sectoren investeert.

Welke kosten zal je hebben bij fondsen?

Bij de aankoop van stukken van een fonds zal je instapkosten betalen. Soms zijn er ook uitstapkosten verschuldigd. Deze kunnen sterk variëren naargelang van het fonds waar je mee in zee gaat.

Mogelijke kosten zijn dus:

  • Instapvergoeding
  • Uittredingskosten, bijv. wanneer je bij fondsen met kapitaalbescherming, voor de vervaldag uit het fonds stapt.
  • De lopende kosten (of ongoing charges). Dat is een cijfer dat het kostenplaatje van elk fonds weergeeft.
  • De beheervergoeding

Wat zijn vastrentende en niet-vastrentende effecten?

Fondsen die beleggen in vastrentende effecten: dit zijn fondsen die beleggen in producten met een vaste rentevergoeding en een vaste looptijd. Bijv. termijnrekeningen, obligaties, kasbons, enz…
Deze zijn in principe risicomijdend.

Fondsen die beleggen in niet-vastrentende effecten: dit zijn fondsen die beleggen in producten die niet te definiëren vallen als vastrentende effecten zoals o.a. aandelen. Voorbeelden van dergelijke fondsen zijn aandelenfondsen, gemengde fondsen, pensioenspaarfondsen, vastgoedfondsen,..

Wat is een kapitalisatiefonds?

Kapitalisatiefondsen herbeleggen automatisch je opbrengsten (maar betalen ze niet uit). Je initiële kapitaal groeit op die manier telkens aan.

Wat is een distributiefonds?

Je belegt een bepaald kapitaal in een fonds, maar wil hierop opbrengst uitgekeerd krijgen. In dit geval kies je best voor een distributiefonds. Het fonds zal je periodiek een dividend uitkeren, op voorwaarde uiteraard dat er positieve resultaten waren. Een dividend ligt echter niet vast en kan sterk variëren.

Om de keuze te maken tussen kapitalisatie of distributie, moet je je de vraag stellen of je geregeld de winst van je belegging wil opstrijken (distributie), dan wel of je winst wil herbeleggen (kapitalisatie).